• LOTTE THISSEN

Opening Carnavalsseizoen

ARTIKEL DELEN OP SOCIALE MEDIA

Zoals u misschien wel weet, is het carnavalsseizoen op zondag 11 november weer van start gegaan. Dit jaar heb ik deze opening meegemaakt in Maasniel bij de Katers, terwijl ik vorig jaar nog op een overvol Vrijthof in Maastricht te vinden was.

11 november 2011 valt op een mooie zonnige vrijdag. Mijn mond valt open van verbazing wanneer ik het station van Roermond iets voor negen uur ’s ochtends op kom lopen. Het perron, waar de intercity naar Maastricht over tien minuten zal vertrekken, is afgeladen vol met jongeren die uitbundig verkleed en geschminkt zijn en de stemming er al flink in hebben. Het bier en de Flügel flesjes gaan rond. Wanneer de intercity tergend langzaam het station binnen komt rijden (de machinist zal ook wel het liefste rechtsomkeer hebben gemaakt bij het aanblik van zo'n vol perron), roept de menigte eensgezind: “jeuj!” Ik laat de intercity aan me voorbij gaan en worstel me door de mensenmassa heen naar de sprinter. Ik merk dat daar meerdere niet-verklede mensen hun heil hebben gezocht. Terwijl we de dorpen tussen Roermond en Maastricht passeren, wordt de trein steeds gezelliger en stroomt vol met jongeren die hun sixpacks bier willen legen voor de trein in Maastricht aankomt. Met enige vertraging kom ik op mijn werkafspraak aan.

Niet alleen door de viering van “11e vaan den 11e”, maar ook doordat de Belgen vrij zijn en er veel mensen willen trouwen op de bijzondere datum 11/11/11, is Maastricht overvol. Ik besluit ’s middags toch maar eens naar het Vrijthof te trekken, aangezien het slechts twee straten van mijn kantoor ligt en ik het fenomeen in Maastricht nog niet eerder heb meegemaakt. De straat waar de gebouwen van de universiteit aan liggen, de Grote Gracht, is gezellig druk. Deze drukte neemt toe wanneer ik via het Keizer Karelplein naar het Vrijthof loop. Ik kijk mijn ogen uit en ik voel me enigszins “naakt” in mijn gewone jas, ook al draag ik een glinsterend mutsje en een knaloranje bril. De mensen om mij heen zijn opgedoft alsof het hoogtij-carnaval is in plaats van een dag midden in november. Om het Vrijthof op te komen, moet het publiek eerst door hekken heen waarna ze gecontroleerd worden op drank en andere verboden producten. Eenmaal op het plein is het gezellig druk. Er klinkt livemuziek, mensen dragen hoeden van Brandbier en de friet- en hamburgerkramen worden druk bezocht, evenals de meterslange bar.

Het valt me op dat er vooral jongeren aanwezig zijn, terwijl het aantal volwassenen, naarmate de middag vordert, toeneemt. De jongeren waar ik tussen sta, zijn meer met elkaar aan het praten en lol aan het trappen dan dat ze aandacht hebben voor de optredens. Veel jongeren lijken de liedjes niet echt te kennen, behalve de hits zoals "Iech bön zoe verleef" (gespeeld door Tren van Rowwen Heze op de accordeon) en "Reuzenraad" van Erwin.

Wanneer ik bij het “buffet” sta, zoals Maastrichtse mensen dat zo mooi zeggen, loopt er een oudere man langs. Hij is volledig verkleed en we raken even aan de praat:

“Hoi,” zegt de man.

“Hallo”, groet ik terug.

“Je kijkt me aan alsof je wilt zeggen, rot op.”

“Nee hoor”, antwoord ik vriendelijk.

“Ben je een vastelaoves-vierder?”

“Ja.”

“Kom je van hier?”

Ich kom oet Remunj”, besluit ik in dialect te antwoorden.

“HA! Remund, det is nog neet zo erg. Det is neet te veul nao baove,” merkt de man goedkeurend op.

Dit korte gesprekje gaf mij in november 2011, toen ik nog maar net was begonnen met mijn onderzoek, veel moed. Het geeft namelijk aan hoe belangrijk de keuze van een taal kan zijn om ergens bij te horen en een groepsidentificatie te creëren gebaseerd op “vastelaovend vieren” en “uit Limburg komen”. Wat zou er zijn gebeurd als ik niet had geweten wat “vastelaoves-vierder” betekende en daarna had gevraagd? Daarnaast geeft dit kleine gesprek ook aan hoe zeer regio’s en plaatsen een rol spelen in de beleving van Limburg. De man vindt Roermond nog net kunnen. Hoe had de man gereageerd als ik in Venray of in een ander Noord-Limburgse plek had gewoond? Of in de Oostelijke mijnstreek?

Deze vragen kwamen bij me op terwijl ik moe in de intercity naar Utrecht mijn observaties uit aan het schrijven ben. Terwijl ik mijn boekje dichtsla, valt me op dat het decor van de coupé verandert bij elk station. De verenboa’s, Brandbier-hoeden en beschonken mensen maken plaats voor vermoeide mensen met laptoptassen. Ze zijn klaar voor het weekend, terwijl de vastelaoves­-vierder het weekend nodig zal hebben om bij te komen van de carnavals-opening in Maastricht. Langzaam maak ik de transformatie ook weer naar normaal burger, terwijl de klanken van Beppie Kraft nog nazingen in mijn hoofd.

VOLG ROERMONDENAAR.NL
WIE WOONDE WAAR IN ROERMOND 1937
TAALGEBRUIK EN CULTUUR IN ROERMOND

Lotte onderzoekt het taalgebruik in Roermond. Ze kijkt daarbij naar verschillende talen en hoe deze door de vele verschillende inwoners van Roermond gebruikt worden in het dagelijkse leven.

Lees verder

TELEFOONGIDS VAN ROERMOND UIT 1906